Waar verlang jij naar? wat doet jouw hart sneller kloppen? Ik verlang vooral naar delen met gelijkgezinden, naar ontdekken en samen leren, naar groeien, naar actie! Dit verlangen botst met mijn behoefte. Ik heb namelijk behoefte aan rust en veiligheid. Ik ben een hoogsensitieve sensatiezoeker. Dat is vragen om problemen.

Mijn verlangen geeft mij energie, laat mij schitteren. Als ik echter geen rekening houdt met mijn behoefte dooft mijn licht sputterend uit. Mijn mondhoeken zakken naar beneden, de blosjes verdwijnen van mijn wangen. Waar is die gulle lach gebleven? Er is iets in mij dat heel erg zijn best doet mijn verlangen en mijn behoeften in evenwicht te houden. De moeilijkheid is dat ik soms een beetje hardhoors ben.

De wind waait zacht warm achter de eerste dijk. Ik rij voor de derde keer alleen op een erg jonge pony. De pony doet goed zijn best en ik ben trots op hem. Met een blij gevoel wil ik huiswaarts keren als mijn zus langskomt op haar volleerde paard. Of ik nog even mee wil naar de tweede dijk? Dat zou ze leuk vinden. Iets begint in mij te knagen, maar ik ga mee.

Mijn zus wil harder en in galop. Dat heb ik nog niet gedaan met deze pony. We doen dapper mee. Op de weg terug wordt het knagen luider. ‘Ga er maar af, zo is het wel genoeg’, fluistert iets zacht. Mijn zus rijdt echter stevig door en ik negeer de fluistering. ‘Dit wordt wel heel veel voor de pony’, klinkt het in mijn hoofd. Mijn verlangen om lekker te rijden duwt het stemmetje ferm aan de kant. Wat een onzin, het gaat toch goed?

Dan breekt de hel los, Uit het niets gaat mijn pony beserk, een rodeopaard is er niets bij. Met vier benen tegelijk twee meter hoog de lucht in. Ik kom onder de pony terecht, houd de teugels vast en word meegesleurd in volle rengalop. Mijn armspieren scheuren net voordat ik loslaat om vrij te rollen van de hoeven. Auw.

Hardhoors en hardleers. Mijn ‘stemmetje’, ‘hogere ik’, ‘goddelijke stem’, ‘intuïtie’ of hoe je het ook wilt noemen, dringt niet altijd tot mij door. Dan pakt ze het fermer aan. Wie niet horen wil moet maar voelen. Het stemmetje wordt een lichamelijke klacht. Alles om mijn verlangens en behoeften met elkaar in balans te brengen. Als het waar is dat de goden ons via ziekten bezoeken (zoals Carl Jung ooit zei), dan moet mijn lichaam wel een zeer godsvruchtige tempel zijn. Om in rust en veiligheid mijn verlangens waar te maken moet ik niet meer verlangen van het leven dan ik zelf aan kan.